Probleemanalyse

Ja, het is zover. Ik moet er nu ook aan geloven: het eerste wettelijke document in de Wet Verbetering Poortwachter staat klaar op mijn computer om voor te bereiden met de bedrijfsarts.

Tot dan toe wist ik die zes weken ziekte altijd te voorkomen. Ik was wel vaker ziek na een operatie, maar zorgde er altijd voor dat ik vóór die zes weken weer beter was. Niet zozeer omdat ik opzag tegen het plan van aanpak, maar omdat ik gewoon wilde werken en vond dat ik door moest gaan. Voorbereiden, plannen, herstellen en weer door.

Een arts zei ooit tegen mij vóór een operatie: ‘Het lijkt net of je je auto naar de garage brengt.’ Dat was wel treffend maar een mens is geen machine. Gevoel speelt ook een rol.

Maar terug naar mijn afspraak voor het opstellen van de probleemanalyse, want ik kan weer lekker in mijn hoofd gaan zitten als ik eigenlijk niet wil voelen. Ik wil helemaal niet denken over die probleemanalyse. Ik wil gewoon lekker vluchten in mijn hoofd, waar het voor mij het meest veilig voelt.

En ja, dit keer komt dat document er wél. Ik kan het nog wegstoppen, maar ik heb een afspraak staan met de bedrijfsarts. Deze keer heb ik echt mijn ziekteperiode niet in de hand, want ik volg een intensief revalidatietraject. Ik ben nog steeds ziek. En dus moet ik er nu ook aan geloven: een probleemanalyse opstellen, in gesprek met de bedrijfsarts.

En eerlijk? Ik merk dat ik daar weerstand tegen voel en daarom woon ik graag in mijn hoofd. Ik word zelfs opstandig.

Weet ik veel wat mijn mogelijkheden zijn.
Weet ik veel wat ik straks wil.
Nou ja… eigenlijk weet ik het wel.

Ik wil gewoon terug naar mijn werk. Geen gedoe. Geen gesprekken over belastbaarheid, opbouwschema’s of beperkingen. Gewoon doen wat ik altijd deed, op het tempo dat ik gewend ben. Ik kan het toch gewoon. Oké, misschien moet ik even doorzetten, maar dat lukt wel. Verstand op nul en gaan.

Maar zo werkt het niet Iris, zeg ik tegen mezelf. Je kunt niet altijd vol gas gaan als je lijf iets anders zegt. Ik spreek mezelf verder toe. De realiteit is nu dat iemand anders met mij meekijkt. Dat ik vragen moet beantwoorden waar ik zelf misschien nog geen helder antwoord op heb. Dat er van mij verwacht wordt dat ik vooruitkijk, terwijl ik eigenlijk nog midden in het hier en nu zit. Ik voel weer die hardnekkige weerstand.

En misschien is dat precies waar de weerstand zit.

Want ‘geen zin hebben’ betekent bij mij meestal dat ik iets niet onder ogen wil zien.
Namelijk dat deze keer anders is.
Dat mijn herstel langer duurt dan ik had gehoopt.
Dat mijn lichaam niet meebeweegt met wat mijn hoofd wil.
En dat ik dus niet alles kan oplossen door gewoon door te gaan.

Wat ik ook lastig vind, is dat ik mijn verhaal moet doen. Uitleggen. Verwoorden waar ik tegenaan loop, terwijl dat voor mezelf soms al lastig genoeg is. Het voelt kwetsbaar. Alsof ik moet toegeven dat het niet gaat zoals ik wil.

En misschien is dat ook zo. Het is op. Ik kan niet blijven vechten, want mijn fysieke grenzen zijn blijkbaar bereikt.

Tegelijkertijd weet ik ook: een probleemanalyse is er niet om mij tegen te werken, maar om helder te krijgen wat wél kan. Wat realistisch is. Wat mij helpt is, ook op de langere termijn.

Ja hoor, zegt mijn hoofd, het zal wel. Maar je gaat gewoon weer heel snel aan het werk. Je laat je toch niet kennen?

Ja, ja, zeg ik tegen mezelf. Natuurlijk kan ik het allemaal weer mooi analyseren, maar ondertussen voel ik iets anders. Ik wil gewoon niet geloven dat ik nu echt de stap moet zetten om te zeggen: het gaat even niet.

Ik kies voor mezelf.

Ik zeg het wel, maar ik voel het nog eigenlijk niet.